De zielen zijn weggevlogen uit Mijn Onbevlekte Hart. Ik ben tot hen gekomen met Mijn Boodschappen en Verschijningen, maar zij willen ze niet aanvaarden.
De plaatsen van Mijn Verschijningen zijn dagelijks leeger. Er zijn geen zielen die genoeg willen bidden om Barmhartigheid te verkrijgen voor de zondaars van de wereld.
Het GODDELIJKE Toorn valt geheel op Mij, omdat er geen zielofferanden zijn die met Mij willen lijden.
Zalig zijn de zielen die zich laten dompelen in GODDELIJK Barmhartigheid, nu dat ZE over de wereld wordt uitgestort als een vloed van LIEFDE. Een helderder dan de Zon wacht deze zielen in het Eeuwig Leven".